Open brief aan gedeputeerde Abbenhues
02/09/10 09:39 Filed in: Beleid
Naar aanleiding van de publiciteit in juli, heeft NLkabel medio augustus een open brief geschreven aan de Overijsselse gedeputeerde Carry Abbenhues. De tekst van die brief is de volgende.
„Geachte mevrouw Abbenhues,
De provincie Overijssel heeft te kennen gegeven een actieve rol te overwegen in de aanleg van een supersnel, provinciedekkend communicatienetwerk. Zoals u weet dekt het netwerk van de kabelbedrijven Ziggo en Cogas ruim 95% van de Overijsselse huishoudens. Via dit geavanceerde next generation network worden innovatieve diensten aangeboden als interactieve televisie, video on demand, HDTV, highspeed internet en sinds kort 3DTV. Vrijwel alle Overijsselse huishoudens kunnen in 2010 via de kabel desgewenst gebruik maken van supersnel internet van 120 Mbps. En de kabel kan nog sneller: snelheden van enkele Gigabits per seconde liggen in het verschiet, zowel voor uploaden als voor downloaden.
In een interview met glasvezel.nu trekt u dit toekomstvaste karakter van de kabelnetwerken in twijfel. U zegt: “Er komt een moment, rond 2015, dat de maximumsnelheid is bereikt bij de kabel.” U herhaalde dit op 21 juli j.l. bij BNR Nieuwsradio.
Uw uitspraak strookt niet met de feiten. Onafhankelijke onderzoeken van Deloitte en TNO bevestigen namelijk dat de kabelinfrastructuur toekomstvast is. Het onderzoek van TNO, dat de basis vormde de basis voor het rapport van de Task Force Supersnel Breedband onder leiding van Ferd Crone, zegt er het volgende over:
“De huidige wedloop tussen DSL en HFC (kabel) zal het komende decennium een ander karakter krijgen waarbij geleidelijk HFC en FttH concurrerende proposities worden omdat deze de verwachte groei in de vraag naar capaciteit nog vele jaren kunnen volgen.”
Door concurrentie tussen KPN en kabel heeft Nederland de modernste infrastructuur ter wereld: nergens anders hebben zo veel huishoudens toegang tot supersnel breedband als hier. De kabelsector heeft miljarden geinvesteerd in de verglazing van het kabelnet tot vlak bij huis. Gedreven door de concurrentie van de kabelsector werkt ook KPN momenteel aan verdere verglazing van haar netwerk, zodat Nederland binnenkort in de unieke situatie gaat verkeren dat de consument kan kiezen uit meerdere toekomstvaste infrastructuren: kabel en FttH. De overheid kan dus aan de zijlijn toekijken hoe marktpartijen zorgen voor minimaal twee next generation networks.
U zegt in het interview met glasvezel.nu ook dat u zich niet “kunt voorstellen dat de kabelaars, als er eenmaal glasvezel ligt, het glasvezelnetwerk niet gaan gebruiken”. Welnu: het kabelnetwerk bestaat voor 97% uit glasvezel en de kabelsector heeft geen enkele reden van een ander netwerk gebruik te maken dan het eigen toekomstvaste HFC-netwerk. De kabelsector is dan ook geen voorstander van een actieve rol van de provincie in rendabele gebieden: deze rol is onnodig en verstoort de markt door bevoordeling van KPN. Dat bedrijf heeft reeds meerder malen aangegeven dat het zal investeren (al dan niet in een joint venture met Reggefiber) in nieuwe infrastructuren om de concurrentie met de kabelbedrijven aan te blijven kunnen. De directeur Glas van KPN, de heer Vermeulen, geeft dat duidelijk aan in de KPN-Public Affairs nieuwsbrief van 9 juni 2009: “Glasvezel betekent niet alleen een verbetering van de eigen dienstverlening, maar ook serieuze concurrentie voor de grotere kabelmaatschappijen.” Inmenging van de overheid in deze concurrentiestrijd zal daarom gezonde marktverhoudingen verstoren.
Bovendien is het zeer de vraag of politieke bemoeienis met de uitrol van netwerken anderszins nog enig nut heeft. Uit een recente inventarisatie van onderzoeksbureau Stratix, waar men heeft bekeken hoe het gaat met de uitrol van FttH, blijkt:
“Politieke plannen in de sociaal-economisch zwakkere gebieden om glasvezeluitrol te stimuleren, veelal op basis van de verkoopopbrengsten van Essent en Nuon, werken tot nu toe eerder voortgangremmend dan bevorderend.”
Ook het geringe succes van overheidsgedreven glasvezelprojecten in Amsterdam, Rotterdam en Almere toont aan dat overheidsinvesteringen in FttH voor de belastingbetaler kostbaar overheidsbeleid kan worden. Kortom, politieke bemoeienis met de netwerken is niet effectief én het verstoort de marktverhoudingen. Mij lijkt dat er betere bestedingen van belastinggeld te vinden zijn.
Dat betekent allemaal niet dat de provincie helemaal niets hoeft te doen. Ik zie twee onderwerpen waar de overheid een belangrijke stimulerende rol kan spelen.
In de eerste plaats is een relatief beperkt aantal huizen in Overijssel nog niet op breedband aangesloten, laat staan op supersnel internet. De markt kan daar niet op rendabele wijze supersnel internet leveren omdat die huizen zich te ver van de bebouwde kom bevinden. Hier zou een actieve rol van de provincie meerwaarde kunnen hebben. De provincie zou deze onrendabele gebieden met een transparente aanbesteding kunnen ontsluiten, zodat alle inwoners en bedrijven kunnen beschikken over supersnel breedband. Hiertoe heb ik in de Leeuwarder Courant van 15 juli j.l. een voorstel gedaan, dat ik als bijlage bij deze brief heb gevoegd.
Daarnaast blijkt keer op keer dat de ontwikkeling van maatschappelijke breedbanddiensten, in zorg, onderwijs, veiligheid, wonen, achterblijft bij de potentie die ons land heeft met zijn moderne breedbandinfrastructuur.
Voor lagere overheden valt hier nog een wereld te winnen, zo blijkt uit onderzoek dat PricewaterhouseCoopers heeft verricht ten behoeve van de Task Force Supersnel Breedband
:
“Hoewel het aantal breedbandaansluitingen in Nederland groot is, blijft de ontwikkeling op het terrein van diensten achter. Om verschillende redenen houdt de dienstenontwikkeling blijkbaar geen gelijke tred met de succesvolle ontwikkelingen op het terrein van de breedband infrastructuur. (...) Uit onze enquête blijkt dat circa driekwart van de gemeenten niet actief is met breedbanddiensten”.
De gemeenten in Nederland laten hierdoor belangrijke kansen liggen, aldus PwC. Dáár liggen de kansen, die de overheid morgen al kan verzilveren door slim te investeren. Gemeenten kunnen het niet alleen, de provincie kan dat niet en kabelbedrijven ook niet. Constructieve samenwerking op het vlak van diensten is nodig, en kan mórgen al rendement opleveren.
Het spreekt vanzelf dat ik altijd bereid ben om deze brief nader toe te lichten.
Hoogachtend,
Rob van Esch”
„Geachte mevrouw Abbenhues,
De provincie Overijssel heeft te kennen gegeven een actieve rol te overwegen in de aanleg van een supersnel, provinciedekkend communicatienetwerk. Zoals u weet dekt het netwerk van de kabelbedrijven Ziggo en Cogas ruim 95% van de Overijsselse huishoudens. Via dit geavanceerde next generation network worden innovatieve diensten aangeboden als interactieve televisie, video on demand, HDTV, highspeed internet en sinds kort 3DTV. Vrijwel alle Overijsselse huishoudens kunnen in 2010 via de kabel desgewenst gebruik maken van supersnel internet van 120 Mbps. En de kabel kan nog sneller: snelheden van enkele Gigabits per seconde liggen in het verschiet, zowel voor uploaden als voor downloaden.
In een interview met glasvezel.nu trekt u dit toekomstvaste karakter van de kabelnetwerken in twijfel. U zegt: “Er komt een moment, rond 2015, dat de maximumsnelheid is bereikt bij de kabel.” U herhaalde dit op 21 juli j.l. bij BNR Nieuwsradio.
Uw uitspraak strookt niet met de feiten. Onafhankelijke onderzoeken van Deloitte en TNO bevestigen namelijk dat de kabelinfrastructuur toekomstvast is. Het onderzoek van TNO, dat de basis vormde de basis voor het rapport van de Task Force Supersnel Breedband onder leiding van Ferd Crone, zegt er het volgende over:
“De huidige wedloop tussen DSL en HFC (kabel) zal het komende decennium een ander karakter krijgen waarbij geleidelijk HFC en FttH concurrerende proposities worden omdat deze de verwachte groei in de vraag naar capaciteit nog vele jaren kunnen volgen.”
Door concurrentie tussen KPN en kabel heeft Nederland de modernste infrastructuur ter wereld: nergens anders hebben zo veel huishoudens toegang tot supersnel breedband als hier. De kabelsector heeft miljarden geinvesteerd in de verglazing van het kabelnet tot vlak bij huis. Gedreven door de concurrentie van de kabelsector werkt ook KPN momenteel aan verdere verglazing van haar netwerk, zodat Nederland binnenkort in de unieke situatie gaat verkeren dat de consument kan kiezen uit meerdere toekomstvaste infrastructuren: kabel en FttH. De overheid kan dus aan de zijlijn toekijken hoe marktpartijen zorgen voor minimaal twee next generation networks.
U zegt in het interview met glasvezel.nu ook dat u zich niet “kunt voorstellen dat de kabelaars, als er eenmaal glasvezel ligt, het glasvezelnetwerk niet gaan gebruiken”. Welnu: het kabelnetwerk bestaat voor 97% uit glasvezel en de kabelsector heeft geen enkele reden van een ander netwerk gebruik te maken dan het eigen toekomstvaste HFC-netwerk. De kabelsector is dan ook geen voorstander van een actieve rol van de provincie in rendabele gebieden: deze rol is onnodig en verstoort de markt door bevoordeling van KPN. Dat bedrijf heeft reeds meerder malen aangegeven dat het zal investeren (al dan niet in een joint venture met Reggefiber) in nieuwe infrastructuren om de concurrentie met de kabelbedrijven aan te blijven kunnen. De directeur Glas van KPN, de heer Vermeulen, geeft dat duidelijk aan in de KPN-Public Affairs nieuwsbrief van 9 juni 2009: “Glasvezel betekent niet alleen een verbetering van de eigen dienstverlening, maar ook serieuze concurrentie voor de grotere kabelmaatschappijen.” Inmenging van de overheid in deze concurrentiestrijd zal daarom gezonde marktverhoudingen verstoren.
Bovendien is het zeer de vraag of politieke bemoeienis met de uitrol van netwerken anderszins nog enig nut heeft. Uit een recente inventarisatie van onderzoeksbureau Stratix, waar men heeft bekeken hoe het gaat met de uitrol van FttH, blijkt:
“Politieke plannen in de sociaal-economisch zwakkere gebieden om glasvezeluitrol te stimuleren, veelal op basis van de verkoopopbrengsten van Essent en Nuon, werken tot nu toe eerder voortgangremmend dan bevorderend.”
Ook het geringe succes van overheidsgedreven glasvezelprojecten in Amsterdam, Rotterdam en Almere toont aan dat overheidsinvesteringen in FttH voor de belastingbetaler kostbaar overheidsbeleid kan worden. Kortom, politieke bemoeienis met de netwerken is niet effectief én het verstoort de marktverhoudingen. Mij lijkt dat er betere bestedingen van belastinggeld te vinden zijn.
Dat betekent allemaal niet dat de provincie helemaal niets hoeft te doen. Ik zie twee onderwerpen waar de overheid een belangrijke stimulerende rol kan spelen.
In de eerste plaats is een relatief beperkt aantal huizen in Overijssel nog niet op breedband aangesloten, laat staan op supersnel internet. De markt kan daar niet op rendabele wijze supersnel internet leveren omdat die huizen zich te ver van de bebouwde kom bevinden. Hier zou een actieve rol van de provincie meerwaarde kunnen hebben. De provincie zou deze onrendabele gebieden met een transparente aanbesteding kunnen ontsluiten, zodat alle inwoners en bedrijven kunnen beschikken over supersnel breedband. Hiertoe heb ik in de Leeuwarder Courant van 15 juli j.l. een voorstel gedaan, dat ik als bijlage bij deze brief heb gevoegd.
Daarnaast blijkt keer op keer dat de ontwikkeling van maatschappelijke breedbanddiensten, in zorg, onderwijs, veiligheid, wonen, achterblijft bij de potentie die ons land heeft met zijn moderne breedbandinfrastructuur.
Voor lagere overheden valt hier nog een wereld te winnen, zo blijkt uit onderzoek dat PricewaterhouseCoopers heeft verricht ten behoeve van de Task Force Supersnel Breedband
:
“Hoewel het aantal breedbandaansluitingen in Nederland groot is, blijft de ontwikkeling op het terrein van diensten achter. Om verschillende redenen houdt de dienstenontwikkeling blijkbaar geen gelijke tred met de succesvolle ontwikkelingen op het terrein van de breedband infrastructuur. (...) Uit onze enquête blijkt dat circa driekwart van de gemeenten niet actief is met breedbanddiensten”.
De gemeenten in Nederland laten hierdoor belangrijke kansen liggen, aldus PwC. Dáár liggen de kansen, die de overheid morgen al kan verzilveren door slim te investeren. Gemeenten kunnen het niet alleen, de provincie kan dat niet en kabelbedrijven ook niet. Constructieve samenwerking op het vlak van diensten is nodig, en kan mórgen al rendement opleveren.
Het spreekt vanzelf dat ik altijd bereid ben om deze brief nader toe te lichten.
Hoogachtend,
Rob van Esch”
[Sleeker_special_clear]